maandag 31 augustus 2026

Zondags rondje

Ik ben

De weg en de berm

Het asfalt en het gras 


De dorre tak, de groene kroon


De tegenwind

De rugwind

De luwte


Het populierenblad

De lichte en de donkere kant


De bloem en de wortel

De nectar en het gif


De poel en de bodem 

Het hek en het veld


De torenvalk hoog, de muis laag

De scholekster en de worm


De laagte en de heuvel

De aarde en de hoogte


De witte wolk, de blauwe lucht 

De kei en het zand


Ik ben het weggaan en het thuiskomen

Gierzwaluw (2)

Die ochtend wentelvlieg je laag over de tuin
Een paar meter boven m’n hoofd

Rank en slank en spits en groot

En rap, zo weer weg

Vlinder

Fietsen tegen de wind in
Vlinder vliegt mee
Oranje bruin


Blijft langszij

Fladdert niet maar vliegt

Resoluut


Hoe die kracht? 

Hoe die snelheid?


De lieverd


Wat wil je? 

Waarheen? 

Wat is je plan?


Soms fladder je, soms vlieg je, soms schuil je stil

Zweefvlieg

Ze zijn er weer als ik naar achteren ga

Twee, zwart met een roodbruine kop


Alleen als je goed kijkt zie je de vleugels trillen

Stilstaan, kort opzij, stilstaan 

Schieten weg en komen terug


In de zomer zie ik andere dan in het voorjaar