De mist lijkt verderop te beginnen
Maar schijn bedriegt
Is hier
En is al binnen gedrongen
Het roodborstje, hop hip op het ijs
Het goudhaantje, diamantje van tak naar tak
De boomkruiper, bastinspectie
Alles is met alles verbonden
Ineens komt dat oude ongemak terug
Het zit hem dwars
Ongemak
Klein en kwetsbaar voelen
Een blokkade ergens
Naar
Waar komt dat nou vandaan?
Hoe zit dat?
Hij wil het weten
Kijkt in de spiegel
Zoekt het op
Tuurt en wacht
Het komt in zicht en is dan weer weg
Laat zich niet gemakkelijk vinden
Vraagt aandacht en geduld
Dat is het
Het is een gedachte
En een gevoel
Terug in de tijd als kind en tiener
Het vinden maakt het zachter
Het is maar een gedachte
We horen je bij het krieken van de dag
Bij het vallen van de avond
Een paar jaar geleden begon je al op 1 januari
Wat een jaar zou dat worden
Dit jaar heb je een nest hier?
Maandenlang blijf je zingen, tot ver in juni
Op het dak hiernaast
Of bovenin de conifeer
Als het waait, wieg je mee
Is het een duet of duel met je soortgenoot verderop?
Je zingt, valt stil, luistert
Om en om en om
Van duizenden kilometers in het zuiden
Duizenden vragen
Waar broed je dan?
Hoe slaap je?
Hoe vang je die vliegjes?
Speel je daar samen of heb je ruzie of wat?
Hoe hou je het zo lang vol?
Hoe is je leven?
Hoe ben je zo geworden?
Hoe ben je over tig jaar?
Niet wegblijven, blijven terugkomen, niet wegblijven