zaterdag 26 januari 2013

Eik

Ik zie je staan in het winterlandschap.
‘Kijk die eik!’ zeg ik.
Geen reactie.
Let maar op de weg, denken ze.
Eik, je silhouet tegen het wit.
Donker en koud en stil.
De struiken houden afstand.
De sneeuwvlakte laat je staan.
Je wil weg, maar kunt geen kant op.
Daar sta je, afgezonderd, verlaten, moederziel alleen.

’s Nachts word ik wakker.
Ik zie je weer staan.
Ik zie je perfecte schoonheid.
Je grillige, unieke kruin.
Je stam die precies goed staat, kort en scheef.
De aarde omvat je wortels.
Je wisselt levenssappen uit.
Geholpen door de schimmels.
De gaaien, eekhoorns en veldmuizen scharrelen je eikels bij elkaar.
De buizerd landt rechtsbovenin.
Je baadt in het licht van de zon en de maan.
De regen spoelt het stof van je af.
Dag in dag uit ruil je uit met de lucht.
Je staat daar compleet verbonden.

Ik sta op.
Het beeld van je vertroebelt.
Mijn kop eik is te grillig.

3 opmerkingen:

  1. Weetje: Een eikel valt niet ver van de boom en kan onder het bladerdak van de boom niet uitgroeien. Hij is dus aangewezen op dieren (gaai en eekhoorn vooral) om de eikel verder van de boom te verplaatsen en zich voort te planten.
    Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Eik

    BeantwoordenVerwijderen